Tot voor kort waren townships uitgesloten van bijna alle overheidsvoorzieningen. Er waren wel basisscholen, maar de toegang tot voortgezet onderwijs was zeer beperkt. Soms was er water, maar andere faciliteiten zoals riolering, elektriciteit, winkels of iets eenvoudigs als een postkantoor waren niet aanwezig. De townships waren bedoeld om in te wonen, en verder niets. De mensen in de townships waren dus jarenlang afhankelijk van de economie van de blanke gemeenschap waar ze voor werkten. Om een brood of een postzegel te kopen moest je soms wel een uur reizen. In Elandsdoorn was dat niet anders toen Liesje en Hugo Tempelman daar startten met hun kliniek.
Sinds de omwenteling in 1994 en de ANC ging regeren, komt er langzaam verandering in deze situatie. De gebieden waar het om gaat zijn echter zo groot, dat we geen wonderen moeten verwachten. De nood is nog steeds hoog. Gelukkig zijn er de afgelopen tijd vanuit de overheid wel wat structurele verbeteringen gekomen. Huizen, water en elektriciteit hebben een hoge prioriteit. Wat blijft is dat de lokale economie in de townships nog nauwelijks op gang komt: de werkeloosheid hier is nog steeds boven de 50% . Doordat de Ndlovu-kliniek midden in het township staat, bestaat de mogelijkheid om allerlei ontwikkelingsprojecten te koppelen aan onze medische activiteiten. De bedoeling is zo veel mogelijk lokale mensen aan het werk te helpen, op te leiden en op die manier lokaal ondernemerschap te stimuleren.
In Elandsdoorn en omgeving is inmiddels een postkantoor, vier kleuterscholen, een schoolbibliotheek, twee bakkerijen, sportvelden, een fitnesscentrum, een dagverblijf voor de ouderen, een luierfabriek en computercursussen voor jongeren gerealiseerd. Op vijftien centrale plaatsen zijn waterputten geslagen, die de mensen kilometers watersjouwen scheelt.